De Klepperklumpkes van 't Walfort                                                     Aalten - Nederland
Home » Reisverslagen » Reis naar Saujon – Frankrijk 2003

Reis naar Saujon – Frankrijk 2003

Gepubliceerd op 12 augustus 2003 21:38

Reisverslag Saujon 2003 – Frankrijk



Reis naar Saujon – Frankrijk


12 augustus – 18 augustus 2003

Dinsdagavond, 12 augustus. Op de drempel van een nieuwe dag verzamelen de Frankrijkgangers zich bij de Zuiderkerk. Om 24.00 uur arriveert de bus van Te Kolste Reizen en al rap worden de koffers ingeladen en een zitplaats uitgezocht. We reizen met twee chauffeurs, Willem en Dirk. Dat is wel zo’n veilig idee. De bus is zo ingericht dat iedereen ruim kan zitten dus dat zit wel goed deze reis. En ook voor het natje en het droogje hebben de chauffeurs gezorgd.

 

Image  
   
Wegens mangel aan muzikanten wordt de groep muzikaal versterkt door Ben Mennink. Ben en Toon Hiensch moeten de toon, en de rest het beste beentje voor zetten. De weersverwachting is buitengewoon. We profiteren al lange tijd van een uitzonderlijk warme zomer en naar het zich laat aanzien zal de zon ons voorlopig nog niet in de steek laten.  Om 0.15 uur is het dan zover. Uitgezwaaid door enkele thuisblijvers vertrekken we naar Frankrijk. Riekie en Wim laten ons bij monde van Diny Oonk weten dat zij ons een fijne reis toewensen. Riekie had ons al een dag eerder weg willen hebben en stond ’s maandagsavonds tevergeefs bij de Zuiderkerk te wachten om ons uit te zwaaien. Voorwaar er kwam geen Klepper opdagen en in de veronderstelling dat ze zich vergist had, sprong ze op de fiets en zette koers naar het AD-terrein want wellicht dat we daar vandaan vertrokken. Doch toen ze bij Eijmert van Teijlingen langs kwam en zag dat hij nog niks geen aanstalten had gemaakt om te vertrekken, heeft ze rechtsomkeer gemaakt en het uitzwaaien maar gestaakt. De meesten van ons dommelen de nacht door. ’s Morgens om negen uur zijn we bij Parijs. Willem verlaat de Peripherique voor een kleine stadstour. Het is rustig in Parijs want de meeste Parijzenaars hebben vakantie en zijn de stad ontvlucht. In vogelvlucht zien we de Sacre Coeur, de Bastille, de binnenhavens aangesloten op een ondergronds kanalenstelsel, het nieuwe operagebouw van glas en Port Italique om daarna de stad te verlaten en via de tolweg de reis te vervolgen in de richting van Bordeaux. Het landschap onderweg kent weinig hoogte- en dieptepunten. Met andere woorden; ’t is er vrij vlak, saai en weinig verheffend. Ideaal om even de ogen dicht te doen. Keurig op tijd arriveren we in Saujon. Onze verblijfplaats voor de komende zes dagen. Het is dan ’s middags half vier en een busreis van ruim 15 uur zit er op. Saujon ligt in het zuidwesten van Frankrijk dicht bij de monding van de Girone en vlak bij de Atlantische kust. In Saujon worden we begroet door de voorzitster van de Franse gastgroep. We worden meegenomen naar de eetzaal voor de komende dagen voor wat verfrissingen. Ons onderkomen is een groepsaccommodatie in het plaatsje Romain de Benet. We slapen in een oud huis dat verbouwd wordt en waarin een paar slaapzalen zijn gecreëerd. De verbouwing is nog niet helemaal klaar maar een kniesoor die daar op let. Iedereen zoekt en plaatsje voor de nacht. Het is wat gehannes om in de bovenslaper van het stapelbed te geraken. Het kraakt gevaarlijk maar het blijkt toch stabiel genoeg. Het gehucht bestaat uit een grote Romaanse kerk met een korte toren die typisch is voor deze streek, een gemeentehuis, een postkantoor, een feestzaal, een dorpscafé annex buurtwinkel en enkele oude woningen. De tand des tijds knaagt aan het kerkgebouw. Het dak lekt en op sommige  plaatsen zijn de muren groen uitgeslagen van het vocht. De in gang gezette restauratie is ook broodnodig om de hosties droog te kunnen blijven serveren. In vergelijking met het dorp is de kerk opvallend groot en het dwingt bewondering af dat plaatselijke bevolking van zo’n klein dorpje in de 12e eeuw zo’n groot gebouw heeft weten te realiseren. De woningen zijn veelal opgetrokken uit lichtgelig zand- en natuursteen. De ramen hebben luiken met opvallende kleuren. Het dorpje is geen toeristische trekpleister maar het geeft wel een aardige indruk hoe het leven op het Franse platteland er aan toe gaat. Net buiten het gehucht ligt een modern verpleegtehuis.Na uitruiming van de koffers, zoeken de meesten van ons verkoeling in het café aan de overkant. De uitbater van het café heeft de komende dagen flink wat klandizie erbij. Een biertje kost er 2 euro, een groot glas bier 4 euro en een café grande 2 euro. Ook hier profiteert de horeca kennelijk flink van de komst van de euro. ’s Avonds maken we kennis met de voltallige Franse dansgroep, een dansgroep van Oekraïners uit Straatsburg en een groep uit Litouwen. Als Ben en Toon hun accordeons pakken zit de stemming er alras in. Een gezellige afsluiting van een vermoeiende dag.
Image  
   

Donderdagsmorgens staat een bezoek aan een cognacdistilleerderij op het programma. De distilleerderij staat bij een grote boerderij. Behalve cognac wordt er ook pineaut, dat wel wat weg heeft van port, en verschillende soorten oliën zoals lavendelolie geproduceerd. We krijgen tekst en uitleg over de productiemethode. Volgens onze gids is het distilleerproces geïntroduceerd door Nederlanders en gecultiveerd door de Fransen. Naar verluidt  waren het Hollandse kooplieden die in de 17e eeuw als compensatie voor oorlogsschade wijn uit de Cognacstreek mochten halen. Door het lage alcoholpercentage verzuurde deze wijn nogal snel. Na een halfjaar veranderde de wijn in azijn en dat spul was niet te zuipen. Aldus besloten de Hollanders de wijn twee keer te distilleren waardoor een drankje werd verkregen met een heel hoog alcoholpercentage, zo’n 70%. Dat was ook weer een beetje te veel van het goede en daarom werd het distillaat aangelengd met water en in eiken vaten opgeslagen. De cognac was geboren of zoals de Nederlanders het noemden, brandewijn. Daar stamt ook de Engelse verbastering brandy vanaf. Kortom, de Hollanders blij met de buit en de Fransen blij met een nieuw product. Tegenwoordig noemen we dat in managerstaal ook wel een win-win-situatie. Cognac is een beschermde titel en alleen brandewijn uit deze streek mag cognac heten. De schatkamer van de distilleerderij zijn de kelders waar de eikenhouten vaten met cognac liggen opgeslagen. De vleermuizen houden de boel in de gaten. De eigenaar van de distilleerderij heeft als hobby het verzamelen van oude spullen. Hij laat ons de oude mobiele distilleerwagens zien. Vroeger hadden de grootgrondbezitters het voorrecht om 10 liter alcohol belastingvrij te produceren. De alcohol diende als basis voor het produceren van bijvoorbeeld een vruchtenwijn. De mobiele distilleerderij kwam dan ter plaatse om de alcohol te produceren. En zo zien we tijdens de rondleiding opeens een oude auto onder een dikke laag stof. Het is een Franse Rosengart uit 1937. In die tijd reed men nog aan de linkerkant van de weg, het stuur zit dus rechts. De kippen worden uit de auto verjaagd om het oude beestje van binnen te kunnen bekijken. Het is één van de vele restauratieobjecten van onze gids, net zoals zijn verzameling tractoren. Na de rondleiding worden we in de auberge getrakteerd op het proeven van pineaut. Voordat we afscheid nemen van onze Franse cognacboer mogen we zijn drukkerijmuseum komen bekijken. Een hobby die niets heeft uit te staan met cognac produceren. Hij laat ons het hele drukkerijproces zoals dat vroeger ging zien. Al met al een Erve Kots in de kinderschoenen in een Franse setting. 
Image  
   

’s Middags worden we onthaald in het verpleegtehuis van St. Romain de Benet. Een klein tehuis voor zo’n 20 bewoners. Het gaat er zo te zien gemoedelijk aan toe. De bewoners hebben allemaal een eigen kamer met badkamer en in het tehuis lopen een paar katten en een hond om de boel op te vrolijken. Na de maaltijd hijsen we ons in het pak voor een paar dansjes. Het gaat moeizaam. De bötte bunt stram en ook de muzikanten moeten weer aan elkaar wennen. Geen goede generale voor het optreden ’s avonds. Want ’s avonds is er het festival de Saujon aan het meer van Saujon. Bij het meer bevindt zich een grote camping. We hebben de eer om het festival te openen en Gerrit Obrink heet de toeschouwers op zijn beste Frans welkom om vervolgens in het engels het een en ander te vertellen over onze groep en onze dansen. De uitdrukking een slechte generale, een goede uitvoering wordt bewaarheid. We dansen de sterren van de hemel. Het valt op dat de andere groepen zichzelf niet met een klein woordje introduceren, maar hun prestaties zijn eveneens van de bovenste plank. Het festival wordt afgesloten met een schitterend vuurwerk.
Image  
   
De vrijdag is een nationale feestdag in Frankrijk. Ze vieren de Hemelvaart van Maria. Na het ontbijt vertrekken we naar Pont l’Abbé d’Arnoult. Het ontbijt bestaat overigens uit stokbrood met jam en oploskoffie. Als variatie kan het stokbrood ook worden belegd met chocoladepoeder bedoeld voor chocolademelk. De Franse wegen zijn tot ergernis van Willem en Dirk niet altijd berekend op grote bussen en dus smokkelen de chauffeurs zo af en toe met de verkeersregels om toch op de plaats van bestemming aan te komen. We hebben geluk. De brug is net breed genoeg voor de bus en stort niet in onder het gewicht van de bus hoewel er een verbod geldt voor voertuigen zwaarder dan 2,5 ton. De groepen worden verwelkomd op de markt voor het gemeentehuis en in optocht gaat het naar de kerk. Na de kerkdienst worden we ontvangen in de plaatselijke feestzaal en getrakteerd op allerlei lekkere hapjes zoals stukjes pizza’s en pastakoekjes met Bolognesesaus. Eijmert geniet met volle teugen. ’s Middags wordt er gedanst in het gemeentelijke park. Jan Oberink heeft voor die gelegenheid een paar jute zakken met klompen bij zich. Wie de klomp past, trekke hem aan en ondanks de warmte laten de Franse toeschouwers zich van hun beste kant zien. Vervolgens worden we met een Franse begeleider aan boord vervoerd naar het plaatsje Courcoury. Ook zo’n typisch Frans dorpje waar we het ganzenfeest komen opluisteren. Als we arriveren is de rommelmarkt net afgelopen. Toch heeft Wim te Paske nog een antieke blikken kinderspeelgoedwandelwagen op de kop getikt. Het is een bijzonder gezellig gebeuren. Een Portugees jongerenorkest maakt gezellige muziek, een pantomimespeler windt Joke Veenvliet om zijn vinger en het eten smaakt prima. Voor de kerk is een podium waar we ’s avonds kunnen dansen. Verder treedt er een Spaans politieorkerst op en een Franse groep op stelten. En aldus kan het gebeuren dat tijdens de “Hoksebarger met publiek” Riet Beernink met een Spaanse officier danst en Rianne Heijnen met een Franse steltenloper in schapenvacht aan de haal gaat. Ook hier weer bewijzen de klompen van Jan Oberink nuttige diensten. Al met al een bijzonder leuk optreden. Laat in de avond keren we terug in St. Romain de Benet. Het café is al dicht en daarom nestelen we ons voor het huis om nog een afzakkertje te nemen. 
’s Zaterdagsmorgens staat er een optocht door de straten van Saujon op het programma en een ontvangst door de  loco-burgemeester van Saujon. Het parkeren van de bus bij de 
sporthal gaat niet helemaal zonder problemen omdat de ingang wordt geblokkeerd door een paaltje. Dan maar over de stoep denkt Dirk en zo lukt het ook. Even later wordt echter duidelijk dat het paaltje simpel uit de grond opgetrokken kan worden om de weg vrij te maken maar wat dan het nut van zo’n paaltje is, wordt ons niet duidelijk. Na de optocht is er koffie en een toespraak van de loco-burgemeester. Over en weer worden presentjes uitgewisseld waarbij Rob Veenvliet een bord van de gemeente Aalten aanbiedt. Na dit alles maken we een busrit door de omgeving. We zetten koers richting de Atlantische kust. We hebben een picknick bestaande uit wijn, stokbrood, kaas, paté, zakken chips en fruit meegekregen.  De bus wordt aan de kust geparkeerd, de lunch wordt verorberd de duinen worden overgestoken, en de zwemkleding wordt aangetrokken. Jan Oberink maakt het bijzonder bont. Zijn zwemkleding komt rechtstreeks uit zijn museum en bestaat uit strak getailleerde broek omhoog gehouden door bretels. Verder heeft hij een vliegeniersmuts op en stofbril voor om zodoende de eerste zwemtocht over het kanaal te imiteren. We zijn keurig op tijd terug voor het warme eten. Ondertussen ontdekt Anny Albers een vijgenboom en plukt daar de vruchten van. We worden getrakteerd op een heerlijke visschotel. Bij terugkomst in onze slaapstad blijkt het café net de deuren dicht gedaan te hebben. In de feestzaal is een bruiloft aan de gang; wij maken er buiten een feest van. Met accordeonmuziek en trommels foezel en bier wordt het best gezellig buiten. ’
Image  
   
s Nachts droom ik raar. Ik dreig dood te gaan, mijn hartslag is heel laag, geraak in winterslaap en met spoed moet ik naar het ziekenhuis. Daar aangekomen krijg ik een injectie en ben weer boven jan. Van zulke horrorverhalen ’s nachts raak je helemaal verkrampt. Ik word dan ook wakker met kramp in mijn kuit en mijn eerste reactie is, bed uit. Slaapdronken gooi ik mijn benen buiten boord en stap uit bed maar ik vergeet dat ik in de bovenslaper van een stapelbed lig. Het gevolg laat zich raden. In plaats van dat ik meteen met beide benen op de grond sta, duurt het even voordat ik met een harde landing vaste grond onder mijn voeten krijg. Van de weersomstuit (schrik)val ik achterover, ik heb nog het benul om me te bukken zodat ik niet met mijn hoofd tegen de bedrand aansla, en in gehoekte houding plof ik neer op de buik van Gerrit Obrink die onderin ligt te slapen. Gerrit klapt dubbel en roept van narigheid om Anny Albers, maar Anny hoort of ziet niets. Als we allebei weer een beetje bij de positieven zijn, is het met het slapen gedaan. En dan vertelt Gerrit dat ’s nachts Jopy Ikink in de narigheid is gekomen omdat haar insuline in het koelvak van de bus is blijven liggen en Dirk en Willem na hun vertrek niet meer bereikbaar waren. Om elk risico uit te sluiten is Jopy ’s nachts met Rob Veenvliet per ambulance naar het ziekenhuis in Roujan geweest om een insulinespuit. Vreemd, ik heb van al die commotie niets meegekregen maar ik was die avond dan ook al vroeg in de veren. Het is dan zondagmorgen 6.00 uur. Het begint al weer iets licht te worden en doordat de luiken van de ramen op een kier sta, zie ik in het café aan de overkant al weer licht branden. Dus ook op zondagmorgen zijn ze er vroeg bij. Ons nog wat te vroeg en Gerrit en ik zoeken ons nest weer op.
 
 
Image

   
Vandaag gaan we met de groepen naar het strand. Het is bewolkt en opeens een stuk minder aangenaam. Geen weer om op het strand te zitten en we hebben allemaal zin in koffie dus op naar de strandtent. Als we buiten op het terras zitten, vallen de eerste spetters. Iedereen schuift wat dichter onder de parasol en dan breekt de bui los. We vluchten naar binnen. Het binnengedeelte is echter bedoeld om voor eters en niet voor koffiedrinkers. Hoewel er nog nauwelijks eters zijn, is de garçon niet op andere gedachten te brengen; buiten koffie drinken, binnen eten. Eten hebben we meegekregen, dus dat wordt ergens anders koffie drinken en wel in de bus. We wachten tot de bui overdrijft en gaan dan weer naar buiten om een picknickplaats te zoeken. Na de picknick verdeelt de groep zich. Sommigen gaan naar het strand, anderen maken een strandwandeling naar het dorp. Na het strandbezoek keren we terug naar Saujon voor ons laatste avondmaal en de afscheidsavond. De volgende dag willen we op tijd vertrekken want we hebben weer een lange reis voor de boeg
Image  
   
En ’s maandags komt er dan een eind aan ons bezoek aan Frankrijk. De terugreis verloopt voorspoedig en ’s avonds om 11 uur parkeert Willem de bus bij de Zuiderkerk. Het zit erop. De dinsdag om nog wat bij te komen en ’s woensdags weer aan het werk. 



 

 

 

 

 

Image

Geplaatst door Ben Lubbers


«   »