De Klepperklumpkes van 't Walfort                                                     Aalten - Nederland
Home » Reisverslagen » Llangollen 1962

Llangollen 1962

Gepubliceerd op 1 januari 1962 19:32

Verhaal over een reis uit de goede oude tijd

Reis naar Llangollen Wales ! 



Wales 1962 – Llangollen

 

Geen reisverslag dus van een grote buitenlandse reis, daarom een verhaal uit de goede oude tijd. Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1962, plaats van handeling: een mijnstadje in Llangollen Wales.

De eerste grote buitenlandse reis van de Kleppers voerde naar Llangollen in Wales. De reis duurde al met al tien dagen. In de tijd dat de leden nog jong en onervaren waren,  automatisering nog niet zo grootschalig zijn intrede had gedaan en treinen nog gewoon op tijd reden, kregen de Klepperklumpkes de kans om deel te nemen aan een groot festival in Engeland. Voor de meesten een wereldreis omdat ze nog nooit voorbij Arnhem waren geweest. Onder de bezielende leiding van Gerrit Walfort maakten de Klepperklumpkes een fantastische reis. Onder anderen Wim en Harda Wisselink, Alex Hubers en Wim te Brake waren erbij. Het onderstaande verhaal is opgetekend uit de mond van Wim te Brake. 

 

De voorbereiding

ImageZoals altijd, ging ook aan deze reis de nodige voorbereiding vooraf. De Kleppers kregen de kans om naar Engeland te gaan omdat een andere Nederlandse groep uitviel. Deze kans wilden ze niet laten schieten, koste wat het kost. Toentertijd verschilden de omstandigheden sterk met die van vandaag de dag. In de tijd dat het weekloon krap aan f 50,- per week bedroeg , was het loon voor de meesten simpelweg onmisbaar oor de bekostiging van het jonge huishouden. De financiële middelen waren derhalve een behoorlijke sta in de weg om af te reizen. Maar ook daar was een mouw aan te passen. Door wat bij te klussen kon men wat opzij leggen voor zakgeld. Maar ook een paar Aaltense notabelen lieten zich niet helemaal onbetuigd. Zo deden de directeur van de Boterfabriek en textielfabrikant Driesen een duit in het zakje. Een ander probleem was de taal. Het Engels van de Kleppers reikte niet verder dan Yes en No en dus ging een taalvaardige employé van Driesen mee als begeleider.


Een goede zet, ware het niet dat in Wales niet zozeer engels maar Keltisch wordt gesproken.

Vertrek


De reis ving aan op het spoorwegstation van Aalten. Met de trein vertrok de groep richting Hoek van Holland. Omdat het water omstuimig zijn best deed om iedereen te laten voelen dat ze op volle zee zaten en menigeen de dorst met alcoholische versnaperingen had gestild, werden sommige opvarenden onderweg zeeziek. Het eten aan boord daarentegen was piekfijn. Degenen die zich daaraan tegoed hebben gedaan, hadden een vooruitziende blik want het echte Engelse eten viel niet bij iedereen in de smaak. Vanwege de financiën waren de goedkoopste hutten aan boord van de veerboot geboekt. Boven de machinekamer en naast de kombuis was het bepaald niet rustig, van slapen kwam dan ook weinig terecht. Een omstandigheid die zich overigens vaker zou voordoen deze reis. De hutten waren goedkoop maar de britsen te krap, het gangpad waar je moest uitkleden zo smal dat je de kont niet kon keren en de scheidingswandjes zo dun als karton. Van enige privacy was nauwelijks sprake en je kon woordelijk volgen wat er in de hut naast je werd gezegd. Het gestommel was niet van de lucht. Het tekort aan financiën werd echter ruimschoots gecompenseerd door de leeftijd. Je kon in die tijd nog tegen een stootje. Wim keek echter vreemd op toen de buurvrouw hem vroeg hem vroeg om de buurman in de hut naast hem te bevrijden. Hij had al wel veel gestommel, gebonk en gekreun in de hut naast hem gehoord en daar zo zijn gedachten bij gehad, maar hier keek hij toch vreemd van op. Wat was het geval, de buurman was door de schommelingen van het schip van de buurvrouw gerold en ongelukkigerwijze met zijn been klem komen te zitten tussen een buis en de scheepswand. Er werd met man en macht aan het been getrokken om de man in ademskostuum uit zijn benarde positie te bevrijden. De volgende ochtend werd voet op Engelse bodem gezet. Een totaal nieuwe ervaring was de underground. De reis werd vervolgens met de trein en bus voortgezet richting Wales. 
 
Het verblijf

Image
Bij aankomst in Wales werd de groep ondergebracht in een jeugdherberg al waar men de beschikking kreeg     over de zolderruimte als slaapzaal. De grote gemeenschappelijke zaal werd met  gordijnen gesplitst in een dames- en een herenafdeling. Buiten kon je je wassen aan een kraantje boven de goot en om je echt op te frissen, moest de schroom afgeworpen worden. Ook wat dat betreft zijn de hedendaagse omstandigheden sterk verbeterd. Het ontbijt bestond uit een stukje warme worst met twee sneetjes brood en een kopje thee. Voorwaar nauwelijks genoeg om de honger te stillen dus werd het meegebrachte proviand aangesproken; brood van drie dagen oud.  Na het verblijf in de jeugdherberg werd de groep ingekwartierd bij particulieren. Het is al gezegd, het Engelse eten was ongewoon. Het Engelse ontbijt lag zwaar op de maag, zeker na de versnaperingen van de avond daarvoor. Gebakken bloedworst, spek en bonen in tomatensaus, ga d’r maar aan staan. De gastgezinnen keken dan ook vreemd op dat die Hollanders zo weinig aten. In de middag was er teatime. Een kopje thee met een paar plakjes cake en biskwietjes. De Engels pond was in die tijd een sterke munt, de consumpties daardoor duur. Het avondeten werd daarom vaak overgeslagen ten faveure van een drankje ’s avonds. Er waren vele buitenlandse groepen die, als ze niet hoefden op te treden, ’s avonds samenschoolden in een café in het dorp. Er werd dan gemusiceerd en gedanst met lieden van allerlei buitenlandse komaf. Kortom, ouderwets gezellig.  

Het festival

Op het festivalterrein stond een grote tent waarin de optredens plaatsvonden. De tent gaf plaats aan 3.000 toeschouwers en zat avond aan avond tjokvol. Het aantal deelnemende groepen is altijd een groot vraagteken gebleven. Het zijn er minstens 16 geweest, maar een aantal van 62 en zelfs 162 deelnemers werd ook genoemd. De waarheid zal wel dichter bij de 16 dan bij de 162 liggen. De groepen kwamen overal uit Europa vandaan. Van Noorwegen tot Spanje en van Engeland tot Griekenland. De optredens van de groepen werden gejureerd. Daarbij werd gekeken naar de opkomst van de groep, de zangkunst en natuurlijk de uitvoering van de dansen.

Op de oefenavonden waren deze onderdelen vele malen geoefend. Het Onzen Achterhook klonk loepzuiver. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bedacht Gerrit Walfort zich dat het publiek geen snars zou snappen van de tekst van het liedje en dat er daarom maar beter een ander lied zou kunnen worden gezongen. Maar het “Oh, Hollandia ,Hollandia rules the world”, werd wel begrepen maar viel niet echt in smaak bij de Engelsen. Wellicht dat daardoor de eerste plaats verloren is gegaan en dat ze genoegen hebben moeten nemen met de derde plaats. Toch een prestatie van formaat. 


De Spaanse schonen

’s Avonds in het café kwamen een stel Kleppers in contact met een groep Spaanse flamengo-danseressen. Het ravenzwarte haar en de bruin getinte huid hadden een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Er moet bedacht worden dat de leeftijd van vele Kleppers tussen de 20 en 30 lag en dat ze nog nooit zo lang van huis waren geweest. Ietwat overmoedig door een paar glazen whisky, kwamen ze aan de praat met de Zuideuropese dames. Dat zal wel veel handen en voeten werk zijn geweest. Ongetwijfeld zal de taal er de oorzaak van zijn geweest dat de uitnodiging van de dames verkeerd is begrepen. Afijn, de dames sliepen in een oud   schoolgebouw en zouden die avond een kaars voor het raam zetten ten teken dat ze een glaasje sangria konden komen drinken. Er brandde ’s avonds geen straatverlichting in het mijnwerkersstadje en op de tast liepen een paar Kleppers door het donker richting het oude schoolgebouw. Daar aangekomen kreeg de jongste van het stel een kontje zodat hij via het raam de slaapzaal van de dames kon binnen gaan. Zover is hij echter nooit gekomen. Toen hij zijn hoofd naar binnen stak, kreeg hij prompt de inhoud van een volle pispot over zich heen. Dat was nog eens wat anders dan een glaasje sangria. De inhoud van de pot die over zijn kleren werd leeg gekieperd, stonk een uur in de wind. Het vervelende was dat ze maar één stel kleren en een paar schone onderbroeken bij zich hadden. Even wat anders aantrekken ging niet en dus blijf de geur nog een lange tijd in de kleren zitten.  


De terugwegImage

Op de terugweg werd een tussenstop gemaakt in Londen. Nog nooit eerder hadden ze zo’n grote wereldstad aangedaan. Piccadillycircus, Big Ben, The Tower Bridge, The Royal Castle, prachtige bezienswaardigheden waren het. Met de laatste zakcenten werd een overnachting in een hotel in hartje Londen betaald. Aan de buitenkant leek het heel wat. Van binnen viel het zwaar tegen. Het meubilair was vreselijk oud en de matrassen tot op de draad versleten. Sommigen sliepen van narigheid maar in de badkuip. Na het ontbijt werd weer op huis aangekoerst. De terugkeer in Aalten was overweldigend. Het goede nieuws dat ze de derde plaats hadden behaald op een groot internationaal festival deed het halve dorp uitlopen om ze op het station te onthalen. Tien kilo lichter en door het slaapgebrek lijkbleek werden ze onder een luid applaus ontvangen. Het was een fantastische reis. En bij het ophalen van de herinneringen schoot Wim te Brake geregeld in de lach als hem weer een leuk voorval te binnen schoot. Kleppersklumpkes, every time a good time!


Geplaatst door Wim te Brake


 »